Selectiemethode bij voegafdichting

Selecteer a.u.b een onderwerp

|  INDELING SCHUIMSOORTEN  |  CHEMISCHE BENAMING EN WEERSTANDGEDRAG  |

|  VOEGAFDICHTING SELECTIEMETHODE  |  VOEGVORM  |  BEVESTIGING  |  SCHUIMVERWERKING  |

|  SCHUIMBAND  |  WEGWIJZERS  |  KOSTENASPECT VAN SCHUIM EN RUBBER  |

Selectiemethode bij voegafdichting Schuimband wordt gebruikt bij het afdichten van naden en het afdichten van voegen. Voor de selectie van de schuimsoorten naar mogelijkheden of beperkingen van de voegafdichting zijn bepalend. 1. De plaats. 2. De functie van de voeg.

Door deze volgorde aan te houden kan stapsgewijs de geschikte schuimsoort worden geselecteerd.

De voegvorm kan zeer variëren. Zowel in structuur van de voegwand, als in ongelijkmatigheid in voegbreedte. Tevens kunnen er bewegingen in voegbreedten optreden.

De voornaamste voegvormen zijn als volgt te classificeren.
Globaal gesteld zijn alle schuimsoorten toepasbaar bij voegvorm A1: Gladde voegwanden en evenwijdige voegbreedten.

 Groep A

Sterk elastische tot stugge schuimsoorten beperken zich hoofdzakelijk tot de onder A1 en met enige reserve onder A2, B1 en B2 geclassificeerde voegtypen. Zodra de voegen en naden een te onregelmatige wandstructuur en variaties in voegbreedten vertonen, wordt een effectieve voegafdichting met deze schuimsoorten kritisch.

Groep B

Zachte tot vertraagd elastische schuimsoorten vormen het meest universele toepassingsgebied. Deze schuimbanden bezitten, binnen bepaalde grenzen, het vermogen oneffenheden in voegwanden, breedtevariaties en geringe voegbewegingen uit te vullen. In principe zijn deze schuimsoorten dan ook geschikt als schuimstripje voor afdichting van alle vermelde voegvormen. Deze groep biedt dan ook de juiste oplossing bij het goed afdichten van voegen en het goed afdichten van naden.

 tabel selectiemethode